Eerste grote Europese show over Indonesische onafhankelijkheidsstrijd

Eerste grote Europese show over Indonesische onafhankelijkheidsstrijd

Op de muren en toonbanken, als portretten in bloed, zijn de gestileerde afbeeldingen van ooggetuigen tot vier jaar gruwelijk geweld in Indonesië.

Deze jaren – naverteld in de tentoonstelling van het Rijksmuseum Revolusi! Indonesia Independent – ​​waren niet alleen een tijd waarin tienduizenden het leven lieten toen Indonesië vocht voor vrijheid van het Nederlandse kolonialisme, nadat Japan zich aan het einde van de Tweede Wereldoorlog had overgegeven.

Tussen 1945 en 1949 was ook een tijd waarin Nederlandse troepen oorlogsmisdaden pleegden die alleen door Nederlanders zijn erkend leiders en rechtbanken in recente jaren.

De eerste grote Europese tentoonstelling over de bloedige Indonesische onafhankelijkheidsstrijd uit drie eeuwen Nederlands kolonialisme werpt expliciet een ‘internationaal perspectief’ op de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd – maar laat ook stilletjes de ervaringen zien van allerlei mensen die deze hebben meegemaakt.

‘Op 17 augustus 1945 verklaarde Indonesië zich onafhankelijk, na ruim drie eeuwen koloniaal bewind en drie dagen na de capitulatie van de Japanse bezetter’, zegt Taco Dibbits, algemeen directeur van het Rijksmuseum. ‘Dit was het begin van de revolutie, de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd die vierenhalf jaar zou duren. De revolutie heeft vele levens getekend, niet alleen degenen die het hebben meegemaakt, maar ook van hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen tot op de dag van vandaag…

‘De komende twee decennia zouden veel landen hun voorbeeld volgen. Indonesië speelde dus een cruciale rol in de geschiedenis van de 20e eeuw.’

De tentoonstelling van meer dan 200 objecten speelt zich af in een reeks themakamers en kijkt naar het geweld, kunst, propaganda, politieke onderhandelingen en ook de erfenis van die tijd, in een reeks van video-interviews met nakomelingen. Passend voor een periode die sommige genocidehistorici beschrijven als onderdeel van de ‘schimmige kant’ van de Nederlandse geschiedenis, zijn de muren modderig beige, met een rode lijn die door de kamers loopt, zoals het bloed dat vergoten is van zowel families van Nederlandse kolonisten als Indonesische dorpelingen.

In een kamer hangt de kunst van de 11-jarige Mohammad Toha, kleine, stille schilderijen van dingen die in zijn dorp zijn gebeurd, zoals ‘de slachtoffers van de Nederlandse aanval die worden begraven’. In een andere staat het met kogels doorzeefde hemd van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijder Tjokorda Rai Pudak, die in 1946 op Bali werd gedood.

Een kamer heeft een jurk gemaakt door een Nederlandse kolonist en weduwnaar Jeanne (Peu) van Leur-de-Loos, gemaakt van afgedankte militaire zijden kaarten; na te zijn vastgehouden in een Japans interneringskamp, ​​slaagde ze erin om aan het materiaal te komen en maakte de jurk op een kostbare naaimachine voordat ze aan het geweld ontsnapte en terugkeerde naar Nederland.

Er zijn films uit die tijd en foto’s van de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson van de laatste weken van de Indonesische revolutie, voordat de vrijheid van het land definitief werd aanvaard in Den Haag.

Achter de verhalen, artefacten en kunstwerken van de 23 mensen schuilen de schattingen van historici dat 3.500 tot 30.000 Nederlanders werden gedood in de eerste Indonesische gewelddadige opstand, terwijl 100.000 Indonesiërs stierven in het Nederlandse tegenoffensief van 1947 tot 1949.

Hoewel de tentoonstelling, die tot 5 juni loopt, een subtiel verhaal vertelt over bloedige tijden, leidde het tot controverse voordat het zelfs maar werd geopend.

In januari gastcurator en historica Bonnie Triyana zei de Nederlandse term ‘bersiap’ – verwijzend naar gewelddadige acties van Indonesiërs tegen de Nederlandse kolonisten na het einde van de Japanse bezetting – werd vermeden en zou moeten worden vermeden volledig gesloopt voor het hebben van ‘sterk racistische connotaties’.

Het museum deinsde terug nadat de Federatie van Nederlandse Indo’s (FIN) het beschuldigde van censurering van de term, wat ‘klaarstaan’ betekent, en een formele politieaanklacht indiende tegen de conservator. Dan de KUBB Stichting Nederlandse Ereschulden diende een klacht in wegens racisme voor de gebruiken van de termijn.

Afgelopen weekend, bij de opening van de tentoonstelling, OM Het Nederlandse Openbaar Ministerie wees beide klachten af ​​en zei dat er ‘geen strafbare feiten waren gepleegd’ in termen van racisme of het denigreren van een groep mensen. Als een soort compromis hangt op de muur van een kamer een eenvoudige beschrijving van de Indonesische militante groepsaanvallen die de Nederlanders ‘bersiap’ noemden – met het woord dat zowel in het Engels als in het Nederlands wordt gebruikt.

De kamer heet Geweldgeweld.

 

Disclaimer:

Tipmaatregelen.nl is geen eigenaar van de informatie op deze website, wij verstrekken de informatie die al beschikbaar is op internet. Voor eventuele steengroeven wordt Disclaimer verzocht vriendelijk contact met ons op te nemen – tipsmaatregelen@gmail.com Of https://tipsmaatregelen.nl/contact/ Bedankt

Leave a Comment